Stemverklaring Albert van Kampen d.d. 30 juni 2011
In de gemeenteraadsvergadering van 30 juni jl. heeft ons gemeenteraadslid Albert van Kampen een stemverklaring afgelegd.
Op 9 december j.l. heb ik in een stemverklaring aangegeven waarom ik met pijn in het hart voor het besluit zou stemmen het fusieproces met Alphen en Boskoop te starten.
Met pijn in het hart, omdat in mijn ogen de belangen van de inwoners van Rijnwoude beter gediend zouden zijn met een zelfstandig Rijnwoude dat intensief zou samenwerken met onze natuurlijke partners Alphen en Boskoop.
Maar nu deze twee gemeenten om voor mij nog steeds duistere redenen niet bereid bleken tot deze intensieve samenwerking en gezien de druk vanuit de provincie, was er toen geen andere keuze dan zelf het heft in handen te nemen.
Ik heb toen ook aangegeven dat ik ervan overtuigd was dat de drie gemeenten, als zij respectvol samen zouden werken aan hun samenwerking, in staat zouden moeten zijn de scepsis bij de Rijnwoudse bevolking over de fusie voor het grootste deel weg te nemen.
Door samen met onze inwoners duidelijk de contouren te schetsen van de nieuwe gemeente, te laten zien wat de financiële situatie zal zijn, dat wat voor ons in Rijnwoude van belang is ook in de nieuwe gemeente is gewaarborgd. Kortom: door te laten zien dat die nieuwe gemeente ook staat als een huis.
Nu liggen de contouren van de nieuwe gemeente er en ik moet helaas bekennen dat ik daar niet echt warm van wordt. En dat zal - denk ik - ook voor veel Rijnwoudenaren gelden.
Zeker, de financiële situatie is goed; er zijn geen lijken uit de kasten van de drie gemeenten gekomen. Maar het beeld dat van de nieuwe gemeente is geschetst, is ondanks de verbeteringen die wij als Rijnwoudse fracties nog hebben kunnen aanbrengen, toch wel heel erg algemeen en vrijblijvend.
Maar aan de andere kant: er staan ook geen zaken in, waar je het mee oneens zou moeten zijn.
In een motie hebben wij op 9 december vastgelegd dat de belangrijkste beslissingen – waarvan het besluit dat nu voorligt er één is - pas worden genomen nemen nadat wij daarover met alle inwoners in discussie zijn gegaan. Voor mij was dat essentieel, omdat ik ben gekozen op basis van een verkiezingsprogramma dat uitgaat van een zelfstandig Rijnwoude.
Voor een ruimhartige uitvoering van deze motie heb ik, heeft mijn fractie zich sterk gemaakt en daaraan hebben onze collega’s en het college uiterst loyaal meegewerkt. We hebben niet alleen informatieavonden belegd, maar – en dat mag best bijzonder worden genoemd - ook via de Rijnwoude Koerier alle inwoners van Rijnwoude de gelegenheid geboden met een gratis in te zenden bon aan ons als raad te melden wat men ervan vindt. We hebben dat zelfs huis-aan-huis met een brief aangekondigd en in de Rijnwoude Koerier zijn mensen nog eens extra opgeroepen van deze mogelijkheid gebruik te maken.
Ik was dan ook – toen ik na mijn vakantie vol verwachting de mail van onze griffier opende, waarmee hij ons de ingezonden reacties toestuurde – ontgoocheld. Slechts een kleine 40 Rijnwoudenaren heeft de moeite genomen de bon in te zenden. En dat op zo’n dertien duizend kiesgerechtigden.
Uit deze reacties – en het beperkt aantal reacties dat in het kader van het opstellen van de strategische visie is ontvangen - kan naar mijn mening niet de conclusie worden getrokken dat er onder de inwoners van Rijnwoude draagvlak voor de fusie aanwezig is.
Maar het tegendeel – het ontbreken van draagvlak; iets wat voor mij een reden zou zijn geweest om niet met het herindelingsontwerp in te stemmen – is evenmin aangetoond. En ik ga ervan uit dat als de inwoners van Rijnwoude in grote meerderheid echt tegen de fusie zouden zijn - iets wat sommigen ons willen doen geloven – veel meer mensen hun stem zouden hebben laten horen.
Mevrouw de voorzitter;
De pijn in mijn rooie hart is gebleven. Het proces dat tot het herindelingsontwerp heeft geleid, heeft die helaas niet kunnen wegnemen. Maar de argumenten, die mij in december voor het starten van het herindelingsproces hebben doen stemmen, gelden nog steeds. En daarom zal ik zal straks ondanks alles toch mijn stem uitbrengen voor het besluit tot vaststelling van het herindelingsontwerp.